Wij hopen je in het onderstaande verhaal mee te trekken om je hiermee te vermaken, maar vooral om je te inspireren. Op deze manier kun je de wijsheid van de wezens, naast het gebruik van de essences, nog meer ervaren.

Rebirth

 

‘Happy solstice.’

Dit klonk zo ontzettend lief en zo oud. Iets uit lang vervlogen tijden, toen de mens nog in direct contact stond met de natuur, de natuurwezens en de kosmos. Iedereen in Avebury, fraai uitgedoste personen voor het ritueel tussen de steencirkel, gewone voorbijgangers of winkelpersoneel, wenste het elkaar toe.

 

Dit zou de zevende en laatste essence van de eerste set worden en vormde ook letterlijk de apotheose. Hoogtepunt qua energieën, vastberadenheid en slecht weer.

 

Het magische landschap van Wiltshire doet me verlangen dit weer mijn thuis te kunnen noemen.

De eerste keer dat ik in Avebury was, meer dan twintig jaar geleden, heb ik vier dagen 24/7 met een glimlach om mijn mond gelopen. Maar, zo vertrouwde ik de medegasten van het bed & breakfast toe, ik had weinig of niets gevoeld van de energieën aldaar. Hahaha, ik verwachtte (en soms nog) bliksemschichten, trompettergeschal, engelengezang en last but not least een grote schare natuurwezens die ik met het blote oog zou kunnen zien. Hoe naïef en onbewust. Subtiliteit is het credo van de werelden achter de sluier.

 

Ook deze essence, met als thema vuur, diende op twee plekken gemaakt te worden. De ene plek was West Kennet Long Barrow, de andere Windmill Hill.

Voor de ‘verkentocht’ werden we door een plaatselijke bus nagenoeg voor de Long Barrow afgezet. How frightfully convenient. Door de dagenlange regen was het terrein naar de Long Barrow (op de top van een heuvel) één glibberige modderbrij geworden. Net toen wij bovenkwamen zagen we een paar jongeren de Long Barrow uitkomen. De rest van de tijd dat wij daar waren, hebben we de plek voor onszelf gehad. Dat was weer even mooi gefikst door de natuurwezens. De Long Barrow is een prachtig bouwwerk, met een rij gigantische stenen die het innerlijk heiligdom afschermen. Ik had informatie over de Long Barrow gevonden die ontzettend resoneerde met mij. In de Long Barrow zijn vijf kamers, waar ik zonder deze informatie absoluut aan voorbij was gelopen. Je loopt namelijk vanuit het licht een pikdonkere holte in, gemaakt van op elkaar gestapelde stenen. De eerste kamer is een kamer van energiezuivering. In de tweede kamer kun je je doel waarvoor je komt benoemen. In de derde kamer vraag je aan de energetische bewaker van de Long Barrow om permissie verder te mogen gaan. De vierde kamer heeft te maken met de energetisering/vitalisering van jezelf. Interessant was dat Mimi en ik beiden, onafhankelijk van elkaar, in deze kamer in een foetushouding op een steen hebben gelegen. De vijfde kamer is de kamer (baarmoeder) van wedergeboorte en transformatie. In deze volgorde zijn Mimi en ik om de beurt de kamers afgegaan. Een diepe, spirituele ervaring. Van te voren had ik te horen gekregen dat we de essence moesten maken bovenop de Long Barrow. Maar eenmaal daar was de bovenkant, waar wij zouden moeten zitten, helemaal afgezet door een schapenhek. De National Trust (een soort mengeling van Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten) was bezig de bovenkant te renoveren; je mocht er niet lopen. Gezien het weer van die dagen – het stormde verschrikkelijk en regende meer dan wij gehoopt hadden – was ik zo blij dat we er niet bovenop konden zitten. We zouden bijkans met een acute dubbele longontsteking naar Nederland teruggekeerd zijn. Hoe fijn dat we nu in die baarmoeder konden zitten.

We vervolgden onze weg naar het dorp Avebury via een weggetje dat langs River Kennet en Silbury Hill loopt. Rechtsaf schuin de heuvel op om weer linksaf te gaan en via de West Kennet Avenue bij één van de steencirkels uit te komen. West Kennet Avenue is ook zo’n gebied, waar je terstond teruggaat in de tijd. De gehele ‘avenue’ is ongeveer tweeëneenhalve kilometer lang. Aan beide kanten geflankeerd door megalieten met mannelijke en vrouwelijke energie. Stel je de oude tijden voor. Processies met mensen die fakkels droegen en via deze avenue energetisch totaal opgeladen werden om uiteindelijk in de steencirkel uit te komen en vervolgens samen allerlei riten uit te voeren. Magisch.

Na de lunch gingen we verder op zoek naar de plek op Windmill Hill. Ik had thuis uitvoerig de kaart bestudeerd hoe we er zouden komen. Recht door het dorp, achterlangs de kerk, door een zogenaamde ‘kissing gate’, langs wat huizen, om vervolgens meteen …. ja, waar nu ook al weer naartoe? Een keurig houten bordje van de National Trust wees het weiland in. Natuurlijk, dwars door de weilanden, heel logisch toch?  De National Trust doet toch alleen aan fraaie wandelpaden? Dus niet. Zelfs aan charmant een met prikkeldraad afgerasterd weiland over gaan was gedacht door diezelfde National Trust. Via palen met treeplankjes werd het ons iets makkelijker gemaakt. Maar die verrekte modder overal maakte de afstap nog steeds aalglad. Om vervolgens woest sjorrend je benen proberen los te krijgen omdat je tot je enkels in de bagger stond. De afstand Avebury – Windmill Hill was een krappe vier kilometer. Met in totaal zeven weilanden te doorkruisen, waarbij we dus zes keer die hekken over moesten. Godzijdank was het winter en stond al het vee op stal. Op Windmill Hill zelf was de plek redelijk snel gevonden. Ook hier moest de essence op een grafheuvel gemaakt worden. Grapjassen die natuurwezens. Ze hadden die dag zeker niet op de storm app gekeken. Op de heuvel werd ‘m niet. Door de storm werd je letterlijk van de heuvel afgeblazen. Echt, we konden ons met geen mogelijkheid staande houden. Dan maar aan de lijzijde van de heuvel een plek zoeken.

 

Eenmaal terug in de hotelkamer wachtte ons nog een volgend probleem. De essence zou gemaakt gaan worden bij zonsopkomst. Dat was om 08.10 uur. De bussen vertrokken echter niet eerder dan 09.00 uur. Fietsen huren? Zeker niet. Voor laaglandse dames zou een rit in een landschap gedomineerd door vele krijtheuvels te ambitieus zijn. Taxi? Ja, een stuk aantrekkelijker. Bij de receptie van het hotel kregen we een lijst met zes telefoonnummers. Nummer vier hoefden we niet te proberen; niet betrouwbaar. Vijf nummers gebeld en bij alle vijf kregen we nul op het rekest. ‘Het is bijna kerst mevrouw, al onze chauffeurs zijn bezet.’ Dan toch fietsen huren? Ik pakte de pendel en kreeg als antwoord dat wij in het restaurant waar we die avond zouden eten hulp zouden krijgen. Mimi en ik hoopten stiekem op een aantrekkelijk donkere, zoetgevooisde man die al klaar zou staan met zijn bolide en ons ‘anywhere zou taken’. Ook dat werd ‘m niet. We kregen, je gelooft het niet, een telefoonnummer van het taxibedrijf wat onbetrouwbaar zou zijn. Wat moesten we daarmee? Terug op de hotelkamer heb ik het nummer toch gebeld. En warempel, zij hadden nog een chauffeur beschikbaar en bleken ook nog de goedkoopste van alle andere taxibedrijven te zijn, terwijl ze twintig kilometer verderop zaten.

 

De volgende ochtend bleek de chauffeur niet alleen beschikbaar te zijn maar ook nog eens een geweldig verteller. Zijn zoon was archeoloog en had onderzoek gedaan op allerlei heilige plekken in Europa. Hij praatte honderduit.

In het grauwe licht van de vroege ochtend kon ik twee figuren ontwaren die bovenop de heuvel bij de Long Barrow stonden. Daar ging mijn hoop op ongestoord te werk kunnen gaan. Anderen brengen toch andere energieën mee en je wilt voorkomen dat die ongevraagd toegevoegd worden aan de essence.  Ik wachtte even voor de Long Barrow op Mimi om samen naar binnen te gaan. Ineens kwam er een oudere man met een lachend gezicht vanachter de stenen tevoorschijn. ‘Kom maar binnen hoor, ik ben geen bewaker of zo.’ We raakten aan de praat met hem. Hij vertelde ons dat hij een vrijwilliger was bij de National Trust en schoolkinderen en volwassenen rondleidde in Avebury. Eén van zijn taken was ook de plekken schoon te houden. Wij op onze beurt vertelden hem wat we wilden doen deze ochtend. Al gauw kwam zijn vrouw er ook bij staan en was uitermate geïnteresseerd in het klanken van Mimi. Ze was net zelf gestart met een cursus. Ze vroeg of ze straks even aanwezig mocht zijn als Mimi zou gaan klanken. Het voelde zo goed, dat ik hier geen probleem mee had. Het was 08.00 uur, alle spullen werden door mij gepakt. Ik stemde mij af en ging langzaam de Long Barrow in. Slechts gevolgd door Mimi. De dame was er niet; vreemd. Mimi betrad de laatste kamer en begon te klanken. De akoestiek in deze ruimte – half rond – is geweldig. Ik zag Mimi weer voor me als een priesteres van eeuwen geleden die door klanken een akoestische resonantie creëerde voor transformatie. Ruim anderhalf uur zouden wij in de Long Barrow verblijven. Ook ik voelde mij een priesteres uit de matriarchale periode, diep verscholen in de donkerte van dit vochtige heiligdom. In het midden een schaal met water, waarin een bijenwas lichtje dreef. Ik was klaar voor de voorstelling die zich weldra zou aandienen.

Als eerste verscheen een druïde met een wit gewaad en lange grijze baard. Hij was niet groter dan 1.10 meter en had een stok in zijn hand die langer was dan hijzelf. Hij was de beschermer van de Long Barrow. Direct achter hem aan kwam Vesuvius. Het vuurwezen dat zich had verbonden met deze essence. Hij was enorm stoer en krachtig en had haar van vuur. Aartsengel Michael sloot zich bij het gezelschap aan met in zijn kielzog ontelbare vuurvliegjes. Allen stonden in een kring om de schaal heen. Helaas kwamen er op dat moment twee personen binnen. Het ging om een man en een vrouw. De man stapte, uiterst lomp, over de schaal met water om zich daarna een plekje te verschaffen in de ruimte. Ik zag dat er direct op gereageerd werd door de natuurwezens. Om de schaal verschenen zeven zonnedisken. Ze werkten als een soort spiegels. Alle zuivere energie hielden ze binnen terwijl ze de energieën van buiten terugkaatsten naar waar ze vandaan kwamen. Even later zweefden er energetische wolken naar binnen. Rondom de schaal veranderden de wolken hun richting van horizontaal naar verticaal en werden ze zacht goudkleurig. Het werd nog drukker in de Long Barrow nadat een soort ‘chariots of fire’ binnenkwamen, die drie keer kloksgewijs om de schaal reden. Overigens thuis pas begreep ik dat de ‘chariots of fire’ staan voor een transcedente staat van bewustzijn. Dit bewustzijn faciliteert tijd- en ruimtereizen en er ontstaat directe toegang tot de Akasha kronieken. Door de zonnedisken vormde zich een grote transparante kolom direct naar de sterren. Lichtbollen schoten door deze kolom naar boven. Er gingen ook lichtbollen de Aarde in. Daarna spoot het goud door alle leylijnen over de hele wereld. Het werd weer één lichtend netwerk. De energie van alle aanwezige natuurwezens werd vervolgens omhoog getrokken via ons sterrenstelsel om vervolgens verder te gaan naar het sterrenstelsel van de zeven zonnen. Dit bevond zich in de zeventiende dimensie. Ik hoorde het aan, maar begrijpen deed ik het niet. De trilling werd zo hoog, ik kon er niet meer bij. Mimi stond ineens op en begon weer te klanken in alle ruimten. Intuïtief voelde ze dat er weer gezuiverd moest worden. Nog geen minuut daarna verdween het stel uit de Long Barrow, met achterlating van een mandarijntje. Een tijd later daalde een zonnebal naar beneden. Dit was de gecombineerde energie van alle wezens. Deze bal bleef een tijdje boven de schaal hangen. Bovenop de bal zat een vuurvogel (hij creëert de nieuwe Aarde). Plotseling kwam er nog een man de Long Barrow binnen. Zijn energie was zo anders dan die van het stel daarvoor. Een hele zachte, respectvolle energie hing om hem heen. Hij is een tijdje blijven zitten en verliet heel stilletjes weer de ruimte. Ook hij liet wat achter; een witte bloem.

Het maakproces was bijna ten einde. Mimi en ik ontvingen van de vuurwezens een zonnedisk van circa tweeëneenhalve centimeter in doorsnede. Die werd op ons derde oog geplaatst. Ik kreeg te horen dat we contact moesten maken met deze disk om te horen wat we hiermee konden doen. Ik hoorde toen ook dat het een soort ‘tool’ was. Bij iedere laatste essence van een set zou er een andere tool toegevoegd worden. Wat een eer.

Mimi en ik zijn nog wat langer gebleven, zodat Mimi de energie van de doeleinden van iedere kamer kon verklanken. Iedere kamer kreeg zo zijn eigen ‘kleur’. Met name het klanken in de ‘baarmoeder ruimte’ was heel ontroerend.

Pas later hoorde ik van Mimi dat zij, tijdens haar tweede ronde klanken, de vrouw van de vrijwilliger buiten de Long Barrow had zien staan terwijl ze ongeveer tien mensen ervan weerhield om de Long Barrow in te gaan. Ik had graag geweten wat ze tegen deze mensen heeft gezegd. Was ook zij een natuurwezen ‘in disguise’ die ons hielp?

 

We legden dezelfde weg af als de dag daarvoor om uiteindelijk neer te strijken bij de Red Lion. Hét hotel/restaurant van Avebury recht tegenover één van de steencirkels. Daar troffen we drie leuke meiden die net terug waren gekomen uit Stonehenge. Ze hadden tussen de megalieten gezongen tijdens deze winterzonnewende. Ze vertelden dat er wel vijfduizend man aanwezig was in Stonehenge. Dit in schril contrast tot Avebury waar ongeveer veertig man aanwezig was in de steencirkel. We hadden gelukkig nog wat tijd om in deze gezellig warme uitspanning een kopje thee te nuttigen voordat we weer dwars door de drassige weilanden zouden gaan om ploeterend naar Windmill Hill te lopen.

Ik leek wel de klokkenluider van de Notre Dame. Mijn volgepropte rugzak onder mijn regenjas was als een bochel van spectaculaire afmeting. Het weer was zo mogelijk nog beroerder dan de dag daarvoor. Stilzwijgend zwoegden we naast elkaar naar boven. Eenmaal op de heuvel was het inderdaad zaak om aan de lijzijde te blijven en zelfs daar waaiden we bijna weg. Ik maakte me serieus zorgen of het water wel in de schaal zou blijven. Ik vond gelukkig een kleine holte in de heuvel waar ik de schaal voorzichtig in zette. Direct achter de schaal nam ik plaats. Het leek alsof ik de schaal net gebaard had. Mimi had haar plaats ingenomen in de greppel die rondom de voet van de heuvel lag. Ze begon met klanken. Eerst drie keer kloksgewijs, daarna drie keer anti kloksgewijs. Over alle leylijnen kwamen van heinde en ver mannelijke en vrouwelijke wezens aangelopen. Ik verbaasde mij over hun aantal. Zij stelden zich voor als lichtmeesters en stelden zich op iets achter de greppel. Tussen hen in liepen wezens die wel drie meter lang en ovaal van vorm waren. Ze kwamen van het Andromeda sterrenstelsel. Ze gingen in de greppel staan en namen de klanken van Mimi over. Daarna voegden ze andere klanken toe en ontstond een heel eigen melodie. Via de leylijnen ontvingen deze wezens een soort vuurlicht. Hun melkwitte transparante kleur veranderde in een hele zachte koperkleur. De vrouwelijke wezens waren lichter van kleur dan de mannelijke. Uit deze wezens kwamen langwerpige, achtkantige kristallen tevoorschijn, met dezelfde koperkleur, die neervielen vanuit de greppel half tegen de heuvel aan. De energie van de kristallen verbond zich op de top van de heuvel. Het licht spoot eerst omhoog om vervolgens de leylijnen over te gaan. Nog iets later verschenen er veel centaurs. Ze vormden een cirkel tussen de lichtmeesters en de wezens van het Andromeda sterrenstelsel. Ze bewaakten de harmonie. Het spektakel werd afgesloten met een lichtblauw soort plasma wat van alle kanten de heuvel op kwam rollen. Ook dit licht ging de heuvel in en verspreidde zich over de leylijnen. Ik dacht later: lichtblauw en licht oranje, dat zijn complementerende kleuren. Dat is dus ook een extra functie van de energieën; ze versterken elkaar.

 

Om 16.01 uur werd de laatste essence van set 1 ter wereld gebracht. Met het laatste daglicht liepen we de heuvel weer af, de weilanden door, richting het dorp. Precies op het moment dat we in het dorp arriveerden was het aardedonker. Hoe fantastisch hadden de natuurwezens dit weer geklokt.

Het was weer om gezellig bij de open haard te kruipen met een mok warme chocolademelk. Om dan met rode wangen te genieten van wonderbaarlijke verhalen van een storyteller. En wat een verhalen hadden wij te vertellen. Die moesten maar eens aan papier of beeldscherm toevertrouwd worden. ‘Schrijf over ons’, heb ik de natuurwezens ooit horen zeggen tegen mij. Dat verzoek heb ik – bij deze – maar al te graag ingewilligd.