Wij hopen je in het onderstaande verhaal mee te trekken om je hiermee te vermaken, maar vooral om je te inspireren. Op deze manier kun je de wijsheid van de wezens, naast het gebruik van de essences, nog meer ervaren.

Unity

 

‘Jullie moeten naar het buitenland’, sprak één van de natuurwezens. ‘Jeetje alweer’, antwoordde ik. ‘Hebben jullie een extra geldpot voor ons of zo? Ik weet niet of jullie het weten, maar reizen is voor mensen nogal duur.’ ‘Dat bedoelen we niet’, zei het natuurwezen. ‘We bedoelen buitenland.’

Ik keek niet begrijpend. ‘Buitenland? Oke?’ Na lang nadenken (of dat ik het eindelijk begreep omdat de natuurwezens het lang genoeg in mijn oor tetterden) kwam er eindelijk een grijns op mijn gezicht. ‘Oh, buitenland, buiten-land: buiten het land. Jullie bedoelen buiten het vaste land. Een eiland dus.’ Hè, hè, ik had het door. ‘Nou, Hawaii is niet verkeerd …..’ Maar helaas (of misschien gelukkig) ging het om één van de waddeneilanden: Ameland om precies te zijn.

 

Ons uithoudingsvermogen, toewijding en doorzettingsvermogen zouden flink op de proef gesteld worden. Ameland is langgerekt, langer dan ons lief was die twee dagen. Op gehuurde fietsen verkenden we het eiland. Ik wist dat ik helemaal op het oostelijkste punt van het eiland moest zijn. Halverwege de tocht werden we overvallen door een plensbui. Tot op het bot doorweekt wachtte ons nog een fikse wandeling om de juiste plek te vinden voor deze water essence. Een essence die op twee plekken gemaakt diende te worden. Eén bij zout water, één bij zoet water. Het duurde eindeloos voordat ik de plek aan zee gevonden had. Heen en weer lopend over het wad met half vergane meerpalen als ijkpunten, zodat ik nog enige structuur in mijn bedevaart kon aanbrengen. Misschien was ik al te moe van het fietsen en het lopen om me goed af te stemmen, maar uiteindelijk had ik de plek gevonden. Nu nog de juiste plek zoeken waar zoet water aanwezig was. Ik sopte door de kwelders met modder tot achter mijn oren. Ik werd steeds moedelozer van deze tocht. Ik verlangde naar de keurig gevlijde klinkers van de stad, waar hooguit dames met stiletto hakken een keertje bleven hangen. Ik ben geen Freek Vonk, die deze zoektocht ongetwijfeld wel fris, met ongekreukt tenue en permanent parelwitte lach zou hebben volbracht. Dat het water in de kwelders alleen maar zout zou zijn had ik – wederom vanuit mijn stadse perspectief – niet kunnen bedenken. Oké, wederom over tot plan B: het Oerd. Dit was een gebied waar zich een meertje bevond dat naar mijn mening niet in direct contact stond met het zeewater. Maar ik geloofde het pas als ik het gezien en geproefd had. Op naar het Oerdwater. Op de plattegrond was het allemaal heel gemakkelijk aangegeven, maar dan in het echt. Schurkend door meer dan manshoge struiken met gemene doorns, zandduin op, zandduin af, slippend door koeienvlaaien … ‘Hé, koeienvlaaien, dan moet er dus ergens zoet water zijn.’ Ik besefte mij te zelfder tijd dat we waarschijnlijk in een niet-vrij toegankelijk deel van het eiland rondstruinden; vandaar de moeilijkheidsgraad. Maar, onze doortastendheid werd beloond. Na een halfuur ploeterend door de genadeloze natuur vonden we het meertje. Snel de pendel gepakt en oh wonder, we zaten goed. We bekeken de tijd nog eens die we nodig hadden gehad om op beide plekken te komen en keken elkaar veelbetekenend aan. De volgende ochtend – bij het krieken van de morgen – diende de essence gemaakt te worden. De boot terug zou om half drie ’s middags vertrekken. Tijd aftrekken voor terugfietsen naar ons hotel, douchen, uitchecken, hapje eten en fietsen terugbrengen; dit zou een turbo trip worden.

 

En dan verslaap je je ook nog eens voor de turbo trip. De trip werd dus alleen maar turboëriger. Onze energetische vrienden hadden mijn gemopper met betrekking tot het weer van de dag ervoor goed in hun oren geknoopt; het was een stralende ochtend met een azuurblauwe lucht. Strak op de pedalen sjeesden we naar de oostkant van het eiland om misschien nog wat kostbare tijd in te kunnen halen. Op sommige plekken hing nog grondmist en voelde het kil aan, om dan ineens plaats te maken voor een hele warme luchtstroom laag over de grond. Ik had dit nog nooit eerder ervaren.

Op de plek van bestemming zette ik de schaal met water op het wad. Het zeewater was nauwelijks aanwezig. Als eerste diende zich een witte zeedraak aan, die zich rondom mijn voeten vlijde. De oceaniden met wie ik contact had gehad in Bloemendaal hadden de leiding op zich genomen voor de maak van deze essence. Ze vormden een poort door tegenover elkaar plaats te nemen. Door deze poort kwamen alle zeewezens aangezwommen. Ontelbare zeemeermannen en –minnen onder leiding van hun koning sloten zich aan bij alle wezens. Kort daarna verschenen er visachtige wezens uit Denemarken. ‘Denemarken? Oké.’ Gevolgd door beluga’s. ‘Hé beluga’s, die komen toch voor in Rusland?’ Ook uit Finland verschenen er waterwezens. Dit was wel en heel internationaal gezelschap. Plotseling drong het tot mij door dat we hier op een leylijn zaten die inderdaad vanaf Nederland helemaal naar Rusland liep. (Dezelfde  lijn waar de eerste essence in Oosterland gemaakt was.) Geen wonder, al deze wezens konden zich heel gemakkelijk mee laten voeren op deze energetische snelweg. Toen kondigde de zeemeermannen koning aan dat ‘het goud van de zee’ zijn acte de présence zou geven. ‘Wat of wie is het goud van de zee’, vroeg ik verbaasd. ‘Dat zijn de algen’, antwoordde de koning. (Eenmaal thuis heb ik opgezocht wat algen zoal doen. Het blijkt dat zij voor meer dan de helft van de zuurstof in onze atmosfeer zorgen. Me dunkt dat dat goud is.) Ik wist dat ik dit deel van de essence al in de uiteindelijke fles mocht doen zonder te wachten totdat deel twee, het zoet water gedeelte, klaar was. Eerder was dit ook al gebeurd, maar nu voelde het anders. ‘Vinden jullie het niet raar of vervelend dat je dan straks de energie van de zoetwater wezens bovenop en door je heen je krijgt?’ ‘Nee hoor, dit is precies de bedoeling. We moeten vermengd worden. Alles is één en dat is precies de kern van deze essence. We verklappen je nu al de naam: Unity.’ Ik moest ontzettend huilen, maar dan van blijdschap en ik bleef maar blij zijn en huilen. Ook in de wereld van de natuurwezens heerst er afscheiding en dualiteit. Bij het ene wezen meer dan bij het andere. Er werd een ketting van ijzeren schakels om de schaal heen gelegd. ‘Wij zijn allen onderdeel van de ketting. Alleen met elkaar vormen we de verbinding. Iedereen is even groot en even belangrijk.’ Mij viel de eer ten deel om een vreugdetraan (zout water) in de essence te laten vallen. Mijn hart plofte bijna uit elkaar van blijdschap. Als laatste werd de essence verzegeld. De wezens lieten mij zien (zodat ik het zou begrijpen) hoe de woorden van alle wezens – in hun eigen taal – op een stuk papier werden geschreven. Dit papier werd in een fles gedaan en in de schaal gelegd. Hun woorden gingen over de herinnering van de eenheid die er ooit is geweest tussen alles wat op Aarde bezield was. De energetische woorden zouden ons blijvend helpen herinneren aan het eenheidsgevoel.

 

Bij het Oerdwater zette ik de schaal half in het water van het meer. Dit was geen sinecure want het meer heeft een brede rand zompige, modderige grond. Toen ik terug wilde lopen moest ik zo hard mijn been uit de modder trekken dat mijn laars alleen achterbleef.

Op Mimi’s klanken kwamen aan de zijkanten van het meer slanke witachtige wezens omhoog. Ik moest lachen want ze deden mij denken aan stokstaartjes wanneer ze zo staccato van links naar rechts kijken. Deze wezens verrasten ons met met een prachtig concert. Het leek een antwoord op Mimi’s klanken. Ze waren blij met de upgrade van hun levensenergie. Ik werd onder water meegenomen en zag de wezens van het wier, de wortelwezens van de planten en de modderwezens. Voor de essence voegden zij bescherming en verankering toe. Het ‘opperwezen’ van dit meer was een limnade, een zoet water wezen. Zij was transparant in gedaante en verscheen in een soort open koets. Er ging een geweldige kracht en statigheid van haar uit. Ze stapte uit en liep drie keer de schaal met water rond. Samen met de limnade van Bloemendaal die ik gevraagd had om hier ook aanwezig te zijn. In Bloemendaal had zij zich laten zien als een soort platte vis met vrouwen gezicht. Nu veranderde ze voor mijn ogen in eenzelfde soort limnade als degene van het meer op Ameland. Ze werd ronder en koninklijker. Hun energie had te maken met de activatie van de verankering en bescherming. Toen ik wat vroeg over de verankering lieten ze mij zien dat het riet wat om het meer stond zich ging vervlechten met de ijzeren schakelketting die de zoutwater wezens energetisch hadden gemanifesteerd .

Het viel me op dat de fysieke ruimte om het meer bezaaid was met zacht geurende, lila bloeiende watermunt. Ik maakte contact met de wezens van de watermunt en zij vertelden mij dat zij hun energie ook af hadden gegeven aan het water in de schaal. Watermunt is één van de kruisingouders van pepermunt. In de bloesemremedie staat pepermunt voor inzicht geven in het patroon van tegenwerking tegen jezelf. Pepermunt helpt je ook met het loslaten hiervan. Wat een prachtige aanvulling.

 

Ameland, je geeft je magische plekken niet snel prijs. Misschien maar goed ook. Maar als je het doet dan kunnen we ervaren dat de kracht daarvan onmetelijk is.